Voorwoord - Nederland moet vernieuwen Samenwerken op de vloer van Thorbecke Kruipdoor sluipdoor in het landschap Revitalisatie Nieuwe Haven Paramaribo Procedure milieuvergunningen eiland op zee gestart Bodem ontwikkeling Westerschelde Waldo Molendijk - Bruggenbouwer pur sang Keersluis Heumen Nieuws


Verbeteren dekking leidingen onder water 

Bodem ontwikkeling Westerschelde

 

Door de bodem van de Westerschelde liggen nabij Terneuzen en Ellewoutsdijk twee leidingen van DOW Benelux over een lengte van circa 5 km. De leidingen liggen hier sinds 1967. Jaarlijks worden er peilingen gedaan naar de ligging in de bodem van de leidingen en wordt de verandering van de bodem onderzocht. De bodemhoogte (t.o.v. NAP) in de Westerschelde verandert namelijk voortdurend.

 

Veiligheid

Om de veiligheid te garanderen is een permanente dekking van 2 m zand op de leiding nodig. Zo kunnen eventuele schadelijke effecten door scheepvaart of natuur worden voorkomen.

Door jaarlijks onderzoek naar de beweging van de bodem van de Westerschelde is gebleken dat de dekking boven de leiding erodeert, waarbij op termijn de veilige dekking in gedrang kan komen. Daarom wordt de leiding, terwijl deze in volbedrijf blijft, dieper in de bodem gelegd. Om weer voor vele jaren een veilige dekking te waarborgen wordt de leiding op sommige locaties in de Westerschelde enkele meters verdiept. Een precies werk dat met grote aandacht wordt uitgevoerd. De druk in de leiding is overwegend 100 bar en minimaal 35 bar. Door de leidingen worden koolwaterstoffen getransporteerd. De hoogst mogelijke veiligheidstandaarden gelden daarom bij de uitvoering van dit werk.

 

Het verbeteren van de dekking gebeurt op verschillende plaatsen in de Westerschelde over een afstand van enkele honderden meters. Om een zorgvuldige buiging van de leiding tijdens de uitvoering te waarborgen wordt de dekking steeds in stappen van maximaal 50 cm aangepast. Belangrijk is dat de buiging (boogstraal) die de leiding maakt tijdens de werkzaamheden niet te scherp is in combinatie met een kleine verdieping per verdiepingsslag. Leon Segers is sinds 1994 continu betrokken bij peilingen en werken voor leidingen in de Westerschelde. Voor het waarborgen van de dekking van deze twee specifieke leidingen is hij projectleider en toezichthouder.

 

Locatie

De leiding ligt in het gebied tussen Terneuzen en Ellewoutsdijk van zuid naar noord en komt door de volgende gebieden:

  • Pas van Terneuzen, de hoofdroute voor doorgaande zeeschepen, hierin is de ebstroom enigszins sterker dan de vloedstroom;
  • Zuid-Everingen, een kortsluitgeul, die de Pas van Terneuzen en Everingen verbindt, en waarin de ebstroom sterk dominant is;
  • Everingen, waar enige binnenvaart is en verder zeer weinig zeegaande schepen komen, en waarin de vloedstroom dominant is;
  • Tussen deze geulen ligt een complex van in hoofdzaak twee zandplaten. Beide worden met Middelplaat aangeduid, welke benaming met “westelijke” of “oostelijke” wordt uitgebreid waar nodig.

Binnenvaartschepen volgen beide vaarwegen. Zeeschepen volgen in hoofdzaak de Pas van Terneuzen. Betonning is hier aanwezig als scheepvaartmarkering evenals in Everingen en Zuid-Everingen. Tot voor kort was hier een sperbetonning uitgelegd aan weerszijden van de DOW -zinkers ter bescherming van de onderliggende leidingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Geulen

In de Pas van Terneuzen is de bodem niet stabiel nabij de leidingen. De zuidzijde van de westelijke Middelplaat kent een geringe erosie. In de geulen van de Everingen en de Zuid-Everingen wandelt de zandplaat. Gebaseerd op waarnemingen vanaf 1972, rivierkaarten tot meer dan 100 jaar terug en op overige informatie, wordt aangenomen, dat de zandplaat in Zuid-Everingen zich tot ten westen van de leidingen zal verplaatsen. Nog onduidelijk is of het huidige bodempeil gelijk blijft. De bodem ligt in een zuidelijk deel circa -16 m NAP en in een noordelijk deel iets hoger. In het midden van de Zuid-Everingen moet de leiding lager liggen dan -13.0 m NAP.

 

Eerder is door anderen geopperd om de leidingen waar nodig te bedekken met bijvoorbeeld stortsteen. Dat zou uiteindelijk leiden tot kunstmatige dammen die in de rivier liggen, dwars op stroom. Dat werkt geheel averechts en wordt dus ook door de Rijkswaterstaat volstrekt afgewezen. Het dieper leggen van delen van de leiding is daardoor de meest praktische oplossing. Het wandelen van de zandbank heeft tot gevolg dat dit proces regelmatig moet worden herhaald.

 

Opnamen coördinaten voor grondmonstersMorfologie

Voor een volledig beeld van de biologische en ecologische ontwikkelingen in de Westerschelde zijn vele parameters nodig over een langere periode. Lievense bestudeert deze hier sinds 1972. En specifiek voor deze leidingen doet Leon Segers dit sinds 1994. Aspecten als veranderingen in de bodem, waterstanden en getijverschillen; getijvolumes, transport van sediment, debieten, stroomsnelheden, zout; water- en bodemkwaliteit en biologie zijn alle essentieel. Uit nationale onderzoeken blijkt dat voor de Westerschelde de natuurlijke volumeverandering +1,4 Mm3/jaar is. Bij de monding is de inhoud van de vaarweg dieper geworden. De omvang van de nevengeulen is zowel in inhoud als in oppervlak, afgenomen. Dit heeft tot een geringe afname van het plaatareaal geleid en op sommige locaties tot een toename van ondiep water. Ter hoogte van Vlissingen is de vaarweg toegenomen. De nevengeulen zijn beperkt afgenomen. Ondiep water is verloren gegaan en de zandplaten zijn enkele hectaren uitgebreid. De slikken- en schorren zijn licht afgenomen. Door de grotere getijdoordringing en de sterke reductie van stortingen in het oostelijk deel wordt een verdere toename van de getijvolumes verwacht. Op termijn zal door de hoofdgeul 5 tot 15% meer water stromen en de stroomsnelheden in de hoofdgeul zullen naar verwachting met 10 tot 20% toenemen.