Er ligt in Nederland ruim 17.500 km hogedruktransportleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Hiervan wordt door ruim 12.500 km gasleiding, jaarlijks gemiddeld 60 miljoen ton aardgas getransporteerd en door bijna 5.000 km transportleiding voor olie- en chemische producten wordt jaarlijks gemiddeld 140 miljoen ton vervoerd. Het ministerie van VROM is sinds maart 2005 eerstverantwoordelijke voor het externe veiligheidsbeleid van buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. De directie Externe Veiligheid van VROM werkt hard aan het programma van buisleidingen om te komen tot nieuwe wet- en regelgeving rondom transportleidingen. Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en beginnen de eerste opzetten duidelijk te worden. We spreken met Rob Berns en Bas Weenink, beide werkzaam binnen de directie Externe Veiligheid over de voortgang.
In 2006 is door de VROM inspectie een inventarisatieronde gemaakt bij de verschillende leidingeigenaren. Hieruit is naar voren gekomen dat het ‘redelijk’ gesteld is met de veiligheid rondom de buisleidingen in Nederland. Het is duidelijk dat de leidingeigenaren steeds meer bewust worden van de risico’s en hun verantwoordelijkheid voor transportleidingen. In het kader van de veiligheid van de gasvoorziening en van transport van gevaarlijke stoffen hebben de betreffende sectoren door middel van zelfregulering een stelsel van NEN, NEN-EN en ISO normen opgezet, waar de leidingen en andere componenten van de infrastructuur aan moeten voldoen. De betrokkenheid van de overheid richt zich per categorie op andere punten, vanwege de verschillen in effecten die zich bij incidenten kunnen voordoen.
Uiteindelijk zal een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) buisleidingen worden opgesteld. Daarmee wordt een wettelijk kader gecreëerd waarmee het bevoegd gezag handhavend kan optreden tegen onveilige situaties. De AMvB buisleidingen geeft invulling aan de eisen vanuit verschillende disciplines.
Berns: “De eisen aan een VMS (VeiligheidsManagementSysteem) volgens de NEN3650 voor buisleidingen zijn summier en te weinig concreet. Hierin wordt ruim aandacht gegeven aan de integriteit van de leiding, maar te weinig aan handvaten als organisatie en voldoende competent personeel”. “Er moet tevens een slag worden gemaakt in veiligheidscultuur. Het moet duidelijk zijn wie wanneer waarvoor verantwoordelijk is en op welke wijze men daarvan rekenschap moet geven, beide zaken moeten geborgd worden middels een VMS”.
Weenink: “Met betrekking tot de ruimtelijke ordening geeft de AMvB grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Daarmee zijn provincies en gemeenten in staat in bestemmingsplannen op een adequate manier rekening te houden met risicoafstanden. Waarschijnlijk zal op bepaalde knelpunten de risicocontour met beheersmatige en technische maatregelen moeten worden teruggedrongen om door te kunnen gaan met de ingeslagen ruimtelijke ontwikkeling”.
Volgend jaar worden alle visies vanuit de verschillende disciplines gebundeld en krijgen een vertaling in een nieuwe NTA (Nederlandse Technische Afspraak). De NTA wordt mede door de branche ontwikkeld en beoogt aan te geven hoe op een praktische wijze invulling kan worden gegeven aan de wettelijke eisen voor het VBS (VeiligheidsBeheerSysteem) door invoering of aanpassing van een op de plan-do-check-act cyclus gebaseerd werkend managementsysteem. Het doel is om de NTA voor zomer 2007 beschikbaar te hebben, zodat deze als basis kan dienen voor een eventueel certificatiesysteem op vrijwillige basis.